![]()
Een klein jongetje logeerde bij zijn opa en oma. Hij was vier jaar. Toen oma hem ’s avonds naar bed bracht, begon hij plotseling te huilen en snikte dat hij naar huis wou. Oma vroeg hem waarom. Hij antwoordde dat hij bang was in het donker. Oma zei: ‘Dat is toch niet waar, thuis slaap je toch ook altijd in het donker? Ik heb nog nooit gezien dat mamma een lichtje voor je aan liet. Dus waarom ben je dan hier wel bang?’ Het jongetje dacht even na. ‘Ja, dat is waar, maar dat is mijn eigen duisternis. Deze duisternis is helemaal onbekend!’
Osho
Het gevoel van onveiligheid kan al beginnen in de baarmoeder, of bij de geboorte of in de eerste levensjaren. Het hangt samen met hoe het sympathische en parasympathische systeem hebben leren samenwerken onder invloed van de hechting, en, aan de hand daarvan, hebben leren omgaan met over- en onderprikkeling. Als de baby zich onveilig voelt, zal dat invloed hebben op de verdere ontwikkeling van het autonome zenuwstelsel. Een betere hechting, vergroot het vermogen tot prikkelverwerking. Als er toch te veel prikkels zijn, kan de natuurlijke ontwikkeling verstoord raken. Dit kan voorkomen doordat er bijvoorbeeld, weinig tot geen lichamelijk contact of oogcontact is, vooral vlak na de geboorte. Of als het kind meteen wordt weggelegd in een couveuse, of als de moeder ziek is en in het ziekenhuis moet blijven. Er zijn ook tal van situaties in het gezin te bedenken, die een gevoel van onveiligheid kunnen veroorzaken, zoals agressie, een slechte relatie tussen de ouders, of gepest worden door oudere broers of zusters.
Veiligheid is een relatief begrip. Wat voor de ene persoon een veilige omgeving is, kan voor iemand anders juist heel onveilig zijn. Een rustige kamer in een landelijk gelegen huis met uitkijk op het water, kan voor iemand ontspannend zijn, maar voor een ander is water bijvoorbeeld een ‘trigger’, of ook de afgelegenheid van het huis. Onder een ‘trigger’ verstaan we dat de betreffende persoon iets waarneemt (hoort, ziet, ruikt, proeft) dat op de een of andere manier overeenkomst vertoont met een element van een traumatische ervaring, waardoor de herinnering, in de betekenis van herbeleving, automatisch wordt opgeroepen.
Door associatie brengen we alle binnenkomende zintuiglijke signalen bijeen, beeld, geluid, aanraking, geur, tot die een geheel vormen. Onze hersenen slaan alle ervaringen op in een geheugenmodel. Zoals we al genoemd hebben: als iemand leert fietsen, wordt die ervaring opgeslagen in het onbewuste geheugen. Niet alles hoeft bewust onthouden te worden. Als iets nieuws geleerd wordt, zullen de hersenen voortdurend ‘rondkijken’ of dit iets nieuws is, of dat het al bekend is. De hersenen bevatten immers alle informatie over mogelijke dreigingen, en zijn erop gericht zo snel mogelijk te reageren. Als iemand dus bijvoorbeeld in zijn jeugd bijna verdronken is, zal het zien van water een andere reactie oproepen dan bij iemand die zijn leven lang genoten heeft van zwemmen en varen.
Als er gevaar dreigt, wordt eerst het sociale zenuwstelsel geactiveerd. We nemen een houding aan, proberen te communiceren en ons te oriënteren. Als we in staat zijn om te overleggen, hoeven we niet te vechten. Door het sociale zenuwstelsel zijn we minder afhankelijk van de reacties van het sympathisch zenuwstelsel. We mobiliseren onze oriënteringsreactie. We kijken rond, is er een dreiging, waar is het gevaar? We reageren, of niet, maar het sympathische zenuwstelsel is er nog niet bij betrokken. Als er inderdaad dreiging bestaat, en die zich voortzet, en als het sociale zenuwstelsel de dreiging niet aan kan, dan is pas de vlucht- of vechtreactie nodig. Daar komt het sympathische zenuwstelsel in actie. Als het sympathische stelsel zijn taak uitgevoerd heeft, komt daarna het parasympathische deel weer aan bod, en komt het systeem weer tot rust.
Als de dreiging doorgaat, als er geen mogelijkheid is om te communiceren, te vechten of te vluchten, komt de dorsale zenuw in beeld. De staat van bevriezing en dissociatie wordt dieper. Baby’s hebben nog geen ontwikkelde ventrale zenuw, zij kunnen zich alleen maar terugtrekken, bevriezen en verkrampen. Een baby kan hard huilen of lief lachen, maar dat zijn de enige manieren die het tot zijn beschikking heeft om zijn omgeving te laten weten wat er in hem gaande is. Zoals we al beschreven, als we op zo’n jonge leeftijd hebben moeten bevriezen om de inkomende prikkels te overleven, zullen we later in het leven eerder geneigd zijn om passief te reageren op gevaar. Verstarren of bevriezen zal eerder plaatsvinden, dan vechten of vluchten. Die andere manieren zijn nu eenmaal niet voldoende aangeleerd. We trekken ons snel terug, of zijn verlegen en kunnen moeilijk voor onszelf opkomen; we moeten dat op oudere leeftijd aanleren.
De vaguslaag van het ventrale vagussysteem is gekoppeld aan veel spieren die te maken hebben met sociale interactie. Als vooral de energie in ons gezicht, schouders, borst en armen voelbaar is, geeft dit het gevoel van ‘zijn’, in contact te zijn met onszelf. De spieren die daarmee te maken hebben, zijn de spieren die de nek doen draaien, slik- en stemspieren, de kauwspieren (bijten!), de gezichtsexpressie, de ogen en het binnenste van het oor. Een heel belangrijke activiteit om ons veilig te voelen, is de oriënterende beweging van om ons heen te kijken.
Annabel:
Als ik heel langzaam met mijn hoofd draai, naar links en naar rechts en om me heen kijk, de ruimte waar ik ben goed bekijk, gebeurt er iets in mijn lichaam. Het komt tot rust. Vaak maakte ik deze beweging onbewust. Zoals zoveel mensen, was ik doorlopend mijn omgeving aan het scannen. Is het wel veilig? Is er ergens gevaar?
In een sessie werd ik hierop opmerkzaam gemaakt. De therapeut noemde dat: ‘mijn systeem is blijven steken in de oriënteringsreactie.’ Ooit is dat kennelijk nodig geweest. Hij vroeg me of ik kon uitproberen of ik mezelf hiervoor gewoon toestemming kon geven, zodat het een bewuste actie kon worden. Mijn systeem heeft dit nu nog nodig. Het blijkt zeer rustgevend voor me te zijn, om bewust te kiezen voor de plek waar ik ga zitten of staan. Als ik nu een ruimte binnenkom, neem ik de tijd om rustig om me heen te kijken. Eerst naar de muren, de ramen en het gebouw. Dan naar de mensen die er zijn. En dan zoek ik doelbewust een prettige plek waar ik de boel kan overzien. Omdat ik dit nu al een tijd doe, merk ik dat het steeds minder nodig is om zo alert te zijn.
Kauwen, zuigen, slikken en ademen zijn onderdeel van ons sociale gedrag. We hebben geleerd netjes te eten, niet met open mond, en vooral niet te smakken. Uit eten gaan, of eten in familiekring, zijn in onze maatschappij gewaardeerde sociale gebeurtenissen.
Glimlachen, eten, praten en zuigen zijn allemaal activiteiten die kalmeren. Zij zijn gekoppeld aan de ventrale vagale zenuw. Kraaienpootjes naast de ogen, lachrimpeltjes, alle rimpels en bewegingen van het gezicht brengen een boodschap over: ‘ik vind je aardig,’ of ‘ik ben geïnteresseerd,’ of ‘ik ben boos.’ Laatst lazen we een artikel in de krant, over een vrouw die depressief was geworden na een aantal facelifts. Het sociale contact was veel moeilijker geworden, omdat mensen haar gezichtsexpressie niet meer konden lezen.
De ventrale vagus zorgt voor de snelle en vibrerende bewegingen van het gezicht, die we gebruiken in de sociale omgang, evenals verschillende gezichtsuitdrukkingen en lichaamsbewegingen. Als we verstarren doordat het dorsale systeem wordt geactiveerd, is er weinig sociaal contact meer. De activiteit van de dorsale vagus is langzaam en langdurig. De capaciteit om al dan niet open te zijn in contact met anderen, de ander te kunnen ontvangen en open en oprecht te kunnen communiceren, heeft dus direct te maken met onderliggende trauma’s. Als het sociale systeem helemaal betrokken is bij wat we doen, voelen we ons prettig en veilig. In alle contacten is dit systeem in werking, de toon van de stem, de glimlachjes naar elkaar, het knikje – al deze gebaren en manieren worden gebruikt om tot een intiemer contact te komen met iemand. Sociale interactie zorgt ervoor dat we ons veilig kunnen voelen en tot rust kunnen komen. Door het sociale systeem worden we niet steeds geactiveerd in een vecht- of vluchtreactie. We kunnen opgewonden worden, maar hoeven niet meteen aan te vallen, of op een andere manier met agressie te reageren.
Het sociale systeem is fysiek verbonden met het systeem dat de gezichtsspieren aanzet. Als we terugvallen op oudere systemen, is dat zichtbaar: gebrek aan zenuwcontrole in het gezicht. Mensen hebben maskerachtige, vlakke gezichten zonder emotie. Ze spreken zonder intonatie, en ze moduleren de frequentie van hun stem niet.
Communicatie is moeilijk als het lichaam wordt gestuurd door de dorsale vagus. Deze situatie doet zich voor, als nog steeds traumatische ervaringen het lichaam regeren. Dan laat de dorsale vagus het systeem verstarren en inkrimpen. Deze verstarring klinkt door in de stem, is te zien in de gezichtsexpressie, dus in alle manieren waarop iemand contact kan maken met de mensen om hem heen. Contact is dan eigenlijk niet meer mogelijk, in ieder geval kan er geen verbinding worden gemaakt. Als deze onbeweeglijkheid de normale staat van zijn is, zal het niet helpen om communicatieve vaardigheden aan te leren, of een cursus assertiviteit te doen. Het gaat veel dieper, en het is prachtig dat eindelijk duidelijk wordt, hoeveel er te maken heeft met trauma! Moeite hebben met contact maken en communiceren, kan alles te maken hebben met traumatische ervaringen. Als we ons gestrest of depressief voelen, is de neiging om ons terug te trekken en te isoleren sterk. Het contact met een ander, de uitdrukking op diens gezicht, en de uitwisseling tussen ons gezicht en dat van de ander, helpt ons echter om tot rust te komen. We kunnen onszelf hierdoor reguleren.
uit: Omkar Dingjan & Divyam Kranenburg: Je eigen weg uit trauma kun je leren
other Books for Body & Soul
| Pareltjes | Home | Pearls | Music | Meditatie / Meditation | Osho books / Boeken | GiftShop |
OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail:info@osho.nl
© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: www.osho.com/copyrights