Kies voor het eeuwige
Jezus zei:
`Een stad op een hoge berg gebouwd en versterkt, kan niet vallen en evenmin verborgen blijven.'Jezus zei:
`Wat je zult horen in je oor en in het andere oor, predik dat van de daken, want niemand steekt een lamp aan en zet haar onder een korenmaat of zet haar op een verborgen plaats. Men zet haar op een standaard, opdat allen die in- en uitgaan haar licht mogen zien.'Jezus zei:
`Als een blinde een blinde leidt, vallen ze beiden in een put.'
Het dilemma waarvoor de mens staat is of hij kiest voor het tijdelijke of het
eeuwige. Als je voor het tijdelijke kiest, bouw je je huis op zand - dan stort
het in. Als je voor het eeuwige kiest, dan wordt er iets verworven dat altijd
stand houdt.
En minder kan je niet bevredigen, alleen het eeuwige kan je bevredigen. Het
tijdelijke kan je niet bevredigen. Integendeel, het zal je hongeriger en
dorstiger maken. Het is alsof iemand olie op het vuur gooit om het te blussen -
het vuur wordt erdoor gevoed en laait op. Het tijdelijke is als olie op het vuur
van je verlangen; het stimuleert het, het voedt het. Alleen het eeuwige kan je
dorst lessen, een andere manier is er niet.
Maar als ik zeg: `Alleen als je voor het eeuwige kiest bouw je je huis op een
bergtop, op rotsgrond die stand houdt; dan is je inspanning niet vergeefs', wat
bedoel ik dan met de woorden: `Als je voor het eeuwige kiest?' Want het eeuwige
kun je niet kiezen. Als je kiest, zul je altijd voor het tijdelijke kiezen,
omdat een keus een vluchtig verschijnsel is. Wat bedoel ik dan als ik zeg: `Kies
voor het eeuwige'? Ik bedoel: als je kunt inzien dat het tijdelijke geen nut
heeft - het volgende moment heb je alweer dorst en dit water zal je dorst niet
lessen - als je dat beseft, valt het tijdelijke weg. Het verliest zijn nut, je
ziet domweg de zinloosheid ervan in. Het verdwijnt en het eeuwige wordt gekozen
- je kiest het nooit zelf.
Als het tijdelijke wegvalt, komt het eeuwige je leven binnen. Maar het
tijdelijke moet volslagen vruchteloos worden, zinloos. Wat het tijdelijke
betreft moet je mislukking compleet zijn. `Gezegend zijn zij die in deze wereld
falen' - deze mooie uitspraak moet aan de andere uitspraken van Jezus worden
toegevoegd.
Wees een mislukking in deze wereld! Je probeert juist het tegenovergestelde te doen: in deze wereld te slagen. Als je slaagt, is dat pas echt een mislukking, want dan beperk je je tot het tijdelijke - maar niemand slaagt ooit. We hebben het geluk dat niemand ooit slaagt. Hoogstens kun je de mislukking blijven uitstellen, dat is het enige. Je kunt haar uitstellen tot een volgend leven, je kunt haar miljoenen levens uitstellen. Maar niemand slaagt ooit in deze wereld, want hoe kun je slagen in het tijdelijke, het voorbijgaande? Hoe kun je daarop een huis bouwen? Hoe kun je op wat van moment tot moment voorbijgaat, uit het bestaan verdwijnt, een huis bouwen, een woning? Tegen de tijd dat het huis klaar is, is het moment voorbij. Daarom voel je je ieder moment gefrustreerd - maar toch begin je weer van voren af aan.
Je schijnt niet te beseffen waar je mee bezig bent, je bent niet alert genoeg. Je schijnt niets van het leven geleerd te hebben. Het leven is je vreemd gebleven, je bent tot geen enkele ervaring gekomen. Misschien weet je heel veel, misschien weet je hoe je een huis moet bouwen - misschien ben je ingenieur of architect - maar je hebt niet uit ervaring geleerd dat op het tijdelijke geen huis gebouwd kan worden. Dit is het eerste dat Jezus zegt:
Jezus zei:
`Een stad op een hoge berg gebouwd en versterkt,
Daar is veel over te zeggen. Ten eerste: `Een stad op een hoge berg gebouwd...' Jullie bouwen altijd iets in het dal. Dit zijn symbolen: `dal' betekent de duistere nacht, `hoge berg' betekent bewuster. Hoe bewuster je bent, hoe hoger je klimt. Als je volmaakt bewust wordt, ben je op de Everest. Daarom zeggen de Hindoes dat Shiva op de Gourishankar woont, de hoogste bergtop. Shiva is het hoogste bewustzijn. Shiva is geen persoon, Shiva betekent volmaakt bewustzijn. Het volmaakte bewustzijn woont op de Gourishankar.
Als je onbewust bent, val je in het donkere dal - je nacht is een dal, je
slaap is een dal. Als je bewust bent, begin je op te klimmen naar de hoogte; als
je volslagen onbewust bent, is dat het laagste niveau van bestaan. Daar bestaan
rotsen, op de laagste sport van de ladder, want rotsen zijn volslagen onbewust.
Ze zijn niet dood - ze leven, ze groeien; ze zijn jong, ze worden oud, ze
sterven. Ze doorlopen alle fasen die jij ook doorloopt, maar ze zijn niet bewust
- de laagste sport van de ladder. Soms ben je als een rots: als je vast in slaap
bent, wat is dan het verschil tussen jou en een rotsblok? Als er zelfs geen
sprankje bewustzijn is, wat is dan het verschil tussen jou en de aarde? Je bent
teruggevallen.
...
Als honderd procent van je wezen bewust wordt, dan is er gelukzaligheid, want
het conflict is verdwenen - Boeddha heeft gelijk. Jij hebt ook gelijk omdat je
ervaring zegt dat je je bij het toenemen van je alertheid meer omringd voelt
door problemen. Dus is het beter in een lange sluimer te blijven, in een
levenslange slaap. Daarom bouwen we onze steden in het dal en niet op een
bergtop.
Er is nog een andere reden.
Voor een totale visie is een volmaakt bewustzijn nodig. Met een totale visie
kun je het hele leven overzien; niet alleen het hele leven, maar de hele wereld.
Dat bedoelen de jaina's als ze zeggen dat Mahavir verleden, heden en toekomst
kon zien toen hij verlicht werd - het geheel van de tijd. Wat bedoelen ze? Ze
bedoelen dat het bestaan als geheel je duidelijk wordt, en pas als dat duidelijk
is kun je een versterkte stad bouwen. Hoe zou dat anders mogelijk zijn?
Je weet niet wat er het volgende ogenblik gaat gebeuren. Wat je ook doet, het
volgende moment kan het ongedaan maken. En alles wat je doet berust op het
tijdelijke, niet op het geheel. Het geheel kan het afwijzen, in het geheel kan
het volstrekt zinloos worden.
Een Chinese meester had eens een Amerikaanse discipel. Toen de discipel
terugging, gaf de meester hem een geschenk, een kleine kistje van bewerkt hout,
en hij zei: `Aan één voorwaarde moet altijd voldaan worden. Als je het kistje
aan iemand anders geeft, moet die zich daaraan houden. Beloof me dat, want ik
ben deze belofte ook nagekomen. Dit is geen nieuw kistje, het is heel oud en
gedurende vele generaties heeft men zich aan de voorwaarde gehouden.'
De discipel zei: `Dat zal ik doen.' Het was zo'n mooi kistje, zo waardevol,
zo oud, en hij zei: `Wat de voorwaarde ook is...'
De meester zei: `De voorwaarde is simpel: je moet het in je huis zetten met
de voorkant naar het oosten. Zo is het altijd gedaan, dus houd deze traditie in
ere.'
Als je je leven op het tijdelijke bouwt, krijg je problemen met het geheel, want het zal er nooit bij passen. Het zal nooit harmoniëren, er zal iets altijd aan mankeren. Je moet naar het geheel kijken voordat je je stad, je woning bouwt, je moet het geheel raadplegen, erbij betrekken. Met je blik op het geheel moet je je leven en je levenspatroon vorm geven; je moet leven met het geheel voor ogen. Alleen dan zal je leven een harmonie zijn, een melodie - anders zul je altijd een beetje vreemd en excentriek blijven.
Iedereen is excentriek. Dit is een prachtig woord. Excentriek betekent uit
het centrum, op een of andere manier wordt het centrum gemist, het is niet
precies zoals het moet zijn. Waarom is iedereen excentriek, uit zijn centrum,
wazig, uit de pas met het leven? Omdat iedereen het leven naar het moment
probeert te vormen en het moment is niet het geheel. Het moment is een fragment,
zo'n klein, nietig stukje van de eeuwigheid. Hoe kun je je aanpassen aan de
eeuwigheid als je je leven naar het moment vormt? Daarom zegt Jezus: `Vorm je
leven, schep je leven naar het geheel, naar het eeuwige, niet naar het
tijdelijke.'
...
`Een stad op een hoge berg gebouwd en versterkt...' En waarom gebruikt hij
het woord versterkt? Zoals je bent, in het dal, leef je altijd in angst, in
onzekerheid, in gevaar. Het dal is vol spoken, schaduwen, vijanden, vol haat.
Ik heb eens gehoord over een huisvlieg die langs een supermarkt vloog. In een
van de etalages waren insectenverdelgers uitgestald. Ze las de bijbehorende
tekst; in grote rode letters stond er: Een nieuwe spuitbus die gegarandeerd alle
vliegen onmiddellijk doodt! Ze las het en toen ze wegvloog mompelde ze in
zichzelf: `Er is te veel haat in de wereld!'
Je leeft in de wereld van het dal. Daar doodt gegarandeerd alles
onmiddellijk. Je leeft in het dal van de dood - daar is niets anders
gegarandeerd dan de dood.
Heb je wel eens opgemerkt dat in het leven alles onzeker is, behalve de dood?
Het zou anders moeten zijn, maar de enige zekerheid die je hebt is de garantie
dat je sterft, dat is het enige. Dit ene kan in het dal gezegd worden: je zult
sterven, dat is zeker. Al het andere is onzeker en toevallig - het gebeurt of
het gebeurt niet. Wat is dit voor leven, waar alleen de dood gegarandeerd is?
Maar zo is het, want in de duisternis kan alleen de dood bestaan; in de
onbewustheid kan alleen de dood bestaan. Onbewustheid is de weg naar de dood.
Als je iets inneemt om onbewust te worden, speelt het doodsverlangen - want onbewustheid is een tijdelijke dood. Je kunt niet eens een paar dagen zonder slaap leven omdat slapen een soort tijdelijke dood is. Je hebt het nodig, heel erg nodig. Als je niet elke nacht acht uur dood kunt zijn, kun je de volgende dag niet leven - want je hele leven is zo'n warboel en `zijn' is niet het opperste geluk, of liever: `niet-zijn' lijkt je het opperste geluk. Dus als je jezelf kwijt kunt raken, ben je gelukkig. Als je jezelf kunt verliezen in een politieke beweging, als je een nazi kunt worden en op kunt gaan in de massa, voel je je lekker, want dit is een dood - jij bent er niet meer, alleen de massa bestaat.
Om die reden krijgen dictators hun zin - omdat jij dood wilt. Zelfs in de twintigste eeuw hebben dictators hun zin gekregen, omdat ze je een kans bieden gemakkelijk dood te gaan. Daarom zijn er altijd oorlogen geweest en zullen ze blijven woeden, omdat je in geen enkel opzicht verandert. De mens transformeert zichzelf niet. Er blijven oorlogen woeden omdat ze een diep doodsverlangen uitdrukken. Je wilt doden en gedood worden. Het leven is zo'n grote last dat zelfmoord de enige uitweg schijnt. Ook al heb je tot nu toe geen zelfmoord gepleegd, je moet niet denken dat je het leven werkelijk liefhebt. Nee, je bent gewoon bang. Je hebt het leven niet lief, iemand die het leven liefheeft zou naar de hoogten toegaan - hoe hoger de piek, hoe meer leven. Vandaar dat Jezus kan beloven: `Kom tot mij, en ik zal je leven geven, in overvloed!'
Vandaar dat Jezus zegt: `Ik ben het leven, het grote leven. Kom tot mij!' Maar tot Jezus komen is heel moeilijk, want je hebt zoveel in het dal, in de donkere wegen van het leven geïnvesteerd en je bent zo bang om te leven. Je neemt allerlei maatregelen om niet al te levend te zijn, je leeft op een minimaal niveau. Je bestaat als een robot, je maakt van alles een automatisme, zodat je er niet meer naar hoeft om te kijken - je hoeft er niet in te leven.
De oorlogen zullen doorgaan, het geweld zal blijven en mensen zullen elkaar blijven vermoorden. Alle inspanning is erop gericht geweest iets uit te vinden dat een mondiale zelfmoord kan veroorzaken, en nu hebben we het gevonden: de waterstofbom. Waarom werken de wetenschappers continu, hun leven lang, aan het ontwerpen van vernietigingsmiddelen? Omdat het diepste verlangen in de mens is te sterven, op de een of andere manier dood te gaan. Het is niet zo bewust, want als je je ervan bewust wordt, zul je jezelf gaan transformeren. Keer op keer beweer je: `Het zou beter geweest zijn als ik niet geboren was!'
Volgens de overlevering heeft de Griekse filosoof Philo gezegd: `De eerste zegen is niet geboren te zijn; de tweede is zo spoedig mogelijk te sterven.' En volgens hem zijn dit de enige zegeningen. Ten eerste niet geboren zijn - maar niemand is zo gelukkig, want iedereen is al geboren. Dan blijft alleen de tweede over - zo spoedig mogelijk sterven. Philo zelf bereikte de leeftijd van zevenennegentig jaar. Iemand vroeg hem: `Maar jij hebt toch geen zelfmoord gepleegd?' Daarop antwoordde hij: `Ik heb het leven alleen verdragen om anderen deze boodschap te kunnen brengen - de boodschap dat sterven de enige oplossing is.'
Zelfmoord is een diepgeworteld instinct. Zodra je voelt dat er iets misgaat,
voel je de neiging tot zelfmoord, tot zelfvernietiging. Een religieus mens is
iemand die er alert op is dat er een diep doodsverlangen in hem schuilt. Waarom
is dat er? Je moet meer licht in jezelf toelaten, zodat je gewaar kunt worden in
welke hoek de dood zich verscholen heeft en je voortdurend aanvreet. Het is niet
zo dat je plotseling op zekere dag sterft - je sterft gestaag in de loop van
zeventig jaar. De dood is geen verschijnsel dat aan het einde optreedt, hij
begint al bij de geboorte. Dan is elke ademhaling en elk moment niets anders dan
een voortzetting van dat sterven, het eindeloze sterven. Het voltrekt zich in
zeventig jaar.
Het is een heel langzaam proces.
Maar je bent aan 't sterven, en diep van binnen wacht je tot er een einde aan
komt - hoe eerder hoe beter. Je hebt geen zelfmoord gepleegd omdat je heel bang
bent: wat zal er gebeuren? Daarom tolereer je het leven en geniet je er niet van
als een geschenk van God. Je tolereert het alleen maar, je verdraagt het op de
een of andere manier in afwachting van het moment dat je er uit kunt stappen.
...
Als je dus een bedroefde heilige ziet, weet dan wel dat het geen heilige is, want bewustzijn leidt tot gelukzaligheid, bewustzijn geeft een diepe lach aan zijn hele wezen, bewustzijn geeft hem iets waardoor hij als een kind wordt. Hij kan een vlinder najagen, hij kan zo genieten van eenvoudig voedsel en de gewone dingen van het leven dat alles een geschenk wordt. Alles wordt een genade van God en hij kan van moment tot moment dankbaar zijn - zelfs voor zijn ademhaling. Hij kan zelfs van zijn ademhaling genieten, van simpelweg ademhalen - het is zo heerlijk. Als je een heilige vindt die droevig is, weet dan wel dat er iets is misgegaan. Hij leeft nog in het dal, hij is niet opgeklommen naar de piek. Want dan zou hij stralen, licht zijn, kinderlijk genieten, onbekommerd, zonder angst - versterkt in zijn bewustzijn.
Waarom versterkt bewustzijn je? Omdat je naarmate je bewuster wordt, weet dat je niet sterven kunt, dat er geen dood is. De dood bestaat alleen in het donkere dal. En als je versterkt bent tegen de dood, ben je versterkt. Hoe bewuster je bent, hoe beter je weet dat je het eeuwige bent, het goddelijke. Op dit ogenblik weet je niet wie je bent. Dit is het dal van onwetendheid en daar treedt enkel de dood op, niets anders, en je leeft trillend, schokkend van angst. Als je naar binnen kijkt, vind je alleen angst en niets anders, want je wordt uitsluitend omringd door de dood. Het is dus logisch: met de dood overal om je heen is innerlijke angst een natuurlijke tegenhanger.
Als je naar de hoogten toegaat, zal er innerlijk liefde zijn en overal om je
heen de eeuwigheid. Dan is er geen angst - die kan er niet zijn, want je kunt
niet vernietigd worden, je bent onverwoestbaar. Er is geen mogelijkheid dat je
sterft, je bent onsterfelijk. Dit is de versterking waarop Jezus doelt.
...
Zodra je weet dat je onsterfelijk bent, hoe kan die wetenschap je afgenomen
worden? Er bestaat geen manier om het te verleren - je hebt het geleerd. En
alleen wat niet verleerd kan worden is werkelijke kennis. Wat verleerd kan
worden zit alleen in je geheugen, het is geen weten; wat je kunt vergeten is
herinnering, geen weten.
Weten is datgene wat je niet kunt vergeten, je kunt het met geen mogelijkheid
vergeten. Het is je wezen geworden, deel van jou, je bestaan zelf. Je hoeft het
je niet te herinneren - je hoeft je alleen die dingen te herinneren die geen
deel van je uitmaken.
...
Jezus was een jood en is tot op het laatste moment een jood gebleven - hij is
nooit een christen geweest. En de joden hadden vele duizenden jaren op deze man
gewacht. Hun profeten hadden hun in het verleden verteld: `Er zal een man
opstaan die jullie zal bevrijden. Spoedig komt er een man die jullie verlosser
zal worden.' De profeten hadden dit duizenden jaren van de daken aan de joden
verkondigd en de joden hadden gewacht, al maar gewacht. Ze baden en ze wachtten
- en dit is de ironie: toen de man kwam, wezen ze hem af! Toen de man kwam en
bij hen aanklopte, zeiden ze: `Nee, je bent de beloofde niet.' Waarom?
Het denken kan gemakkelijk wachten, want het denken kan blijven hopen,
verlangen, dromen. Maar als God bij je aanklopt, bedenk dat wel, zul jij hem ook
afwijzen - ook al was je aan 't bidden. Maar wat is het probleem als God bij je
aanklopt? Waarom wijs je hem af? Omdat er maar één in het huis kan verblijven.
Als God bij je aanklopt, moet jij verdwijnen - dat is het probleem.
Uittreksel uit
hoofdstuk11
Osho, Mosterdseed
De vijftiende uitspraak: Jezus zei: `Ik ben het licht dat boven hen allen is, ik ben het Al...
| Pareltjes / Notities | Meditatie | Music | Home | Pearls / Notes | Meditation | GiftShop |
OSHO
PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091
XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl
©
Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International
Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: www.osho.com/copyrights