Jezelf
leren kennen is een van de eerste vereisten. Het is niet
moeilijk, het kan niet moeilijk zijn; je moet alleen wat dingen
afleren. Je hoeft niets te leren om te weten wie je bent, je
hoeft slechts een paar dingen af te leren.
Ten eerste moet je afleren je te bekommeren om dingen.
Als tweede moet je afleren je over gedachten druk te maken.
Het derde gebeurt vanzelf – waarnemer zijn.
De sleutel is: begin allereerst met dingen gadeslaan. Je zit
stil en je kijkt naar een boom en je bent alleen maar waakzaam.
Denk er niet over na. Zeg niet: ‘Wat voor soort boom is dit?’
Zeg niet of hij mooi of lelijk is. Zeg niet dat hij ‘groen’ of
‘dor’ is. Laat er geen gedachten over ontstaan; blijf gewoon
naar de boom zitten kijken.
Dat kun je overal doen, wat dan ook bekijken. Onthoud maar één
ding: komt er een gedachte, zet haar opzij. Schuif haar terzijde
en kijk weer naar dat ding.
Aanvankelijk zal het best moeilijk zijn, maar na een tijdje
komen er hiaten: dan is er geen gedachte. Je zult zien dat er
veel vreugde door die simpele ervaring bovenkomt. Niets is er
gebeurd, het is alleen dat er geen gedachten zijn. De boom is er,
jij bent er, en tussen die twee is er ruimte. De ruimte is niet
met gedachten volgepropt. Plotseling is er grote vreugde zonder
enig zichtbare reden, helemaal zonder reden. Nu heb je het
eerste geheim geleerd.
Dan moet je dit op een meer subtiele manier gaan gebruiken.
Dingen zijn grof; daarom zeg ik: begin met een ding. Je kunt in
je kamer zitten, je kunt naar een foto blijven kijken – het
enige waar je op moet letten is dat je er niet over dénkt.
Zuiver en alleen kijken zonder te denken. Dan gaat het stukje
bij beetje gebeuren. Kijk naar de tafel zonder te denken en
langzaam maar zeker is de tafel daar, jij bent er, en er staat
geen gedachte tussen jullie twee. En dan opeens – vreugde.
Vreugde is een product van gedachteloosheid. De vreugde is er
al; ze is weggedrukt achter talloze gedachten. Zijn er geen
gedachten, dan komt ze aan de oppervlakte.
Begin met iets wat grof is. Als je daarmee in harmonie bent
gekomen en er is een begin van het ervaren van momenten waarop
gedachten verdwijnen en waarop er alleen maar dingen zijn, stap
dan over naar het tweede.
Doe nu je ogen dicht en let op elke gedachte die voorbij komt –
zonder over de gedachte na te denken. Een of ander gezicht
vertoont zich op het scherm van je mind of een wolk drijft
voorbij of wat dan ook – kijk er alleen naar, denk niet.
Dit is een beetje moeilijker dan het eerste omdat dingen grover
zijn; gedachten zijn heel verfijnd. Maar als het eerste gebeurd
is, gaat het tweede ook gebeuren; er is wat tijd nodig. Blijf
naar de gedachte kijken. Na een poosje – het kan binnen enkele
weken zijn of binnen enkele maanden of het kan jaren duren – het
hangt er helemaal vanaf hoe aandachtig, in hoeverre je het met
hart en ziel doet – dan op een dag, plotseling, is er geen
gedachte. Jij bent alleen. Grote vreugde ontspringt er in je –
duizendmaal machtiger dan de eerste keer dat je vreugde
ondervond toen de boom er was en de gedachte was verdwenen.
Duizendmaal! De vreugde zal zo onmetelijk zijn dat je erdoor
overspoeld wordt.
Dit is de tweede stap. Als dit eenmaal begonnen is, doe dan het
derde – neem de waarnemer waar. Nu is er geen voorwerp. Dingen
heb je laten vallen, gedachten heb je laten vallen; nu ben jij
er alleen. Wees nu eenvoudigweg toeschouwer van deze toeschouwer,
wees een waarnemer van het waarnemen.
In het begin is het ook weer moeilijk, omdat wij alleen weten
hoe we íets moeten gadeslaan – een voorwerp of een gedachte.
Zelfs een gedachte is tenminste nog iets om gade te slaan. Maar
nu is er niets, het is absolute leegte. Alleen de toeschouwer is
nog over. Je moet je naar jezelf keren.
Dit is de meest mysterievolle sleutel. Je gaat gewoon door met
alleen er te zijn. Blijf in deze alleenheid, en er komt een
moment waarop dit gebeurt. Het kan niet anders of het gebeurt.
Als de eerste twee dingen zijn gebeurd, gebeurt het derde zeker
ook; maak je maar niet bezorgd.
Als dit gebeurt, dan besef je voor de eerste maal wat vreugde
is. Het is niet iets dat jou gebeurt, dus kan het je niet worden
ontnomen. Jij bent het in je oorspronkelijke wezen, het is je
wezen zelf. Dit nu kan je niet ontnomen worden. Nu kun je het op
geen enkele manier verliezen. Je bent thuis gekomen.
Dus je moet dingen en gedachten afleren. Sla eerst het grove
gade, sla dan het subtiele gade en sla dan het ongekende gade
dat het grove en het subtiele overstijgt.
uit Osho,
Apotheek voor de ziel